“Wij voelen de stijgende energieprijzen niet”

Wat als je al tien jaar of langer geleden een passiefhuis hebt gebouwd? Hoe kijk je nu terug op die keuze en zou je dingen anders aanpakken? Bert Vanderwegen kan erover meespreken en deelt zijn ervaringen vanuit zijn gecertificeerde passiefwoning.

“Wij voelen de stijgende energieprijzen niet”
De passiefwoning van Bert Vanderwegen, gebouwd in 2010

Van wanneer dateert je nieuw gebouwde passiefhuis? Waarom nieuwbouw en geen diepgaande renovatie?

We begonnen met onze nieuwbouw in 2010. Mijn vrouw en ik waren heel enthousiast om een bio-ecologische passiefwoning neer te zetten, maar voor ons was nieuwbouw eigenlijk de enige optie. Hadden we voor renovatie gekozen van een Leuvense stadswoning, dan hadden we die op de gevel na volledig moeten strippen en heropbouwen. Want passiefbouw betekent heel goed isoleren, en de huizen die we bezochten in Leuven waren hoogstens een beetje in orde. Met bijvoorbeeld wat slecht geplaatste zolderisolatie, of dubbelglas terwijl wij er driedubbel wilden. Wat maakte dat we veel materialen zouden moeten slopen. Met de vastgoedprijzen in Leuven was zo een scenario voor ons onbetaalbaar. Dit is ook de reden dat we ten slotte hebben gebouwd in Wilsele-Putkapel. Die locatie is een goede inschatting gebleken, we wonen hier graag.

Waarom kiezen voor passiefbouw?

Als burgerlijk ingenieur-architect ben ik zeer geëngageerd voor alles wat met bouw en energie te maken heeft. Eerst werkte ik bij de ecologische isolatiespecialist Isoproc, daarna bij het Passiefhuis-Platform, de voorloper van Pixii, en nu ben ik actief als inhoudelijk adviseur bij milieuorganisatie Dialoog in Vlaams-Brabant. Duurzaamheid is voor mij een passie en een levenskeuze.

Was circulariteit al een aandachtspunt in 2010?

Circulariteit was helemaal nog geen issue en bij het ontwerp van onze woning zijn we daar ook niet echt mee bezig geweest. Gezien onze woning een houtskeletbouw is, zijn aanpassingen natuurlijk nog enigszins mogelijk zonder grote breekwerken. Het is haalbaar de indeling aan te passen en het houtskelet is geschroefd, dus de balken zijn eenvoudig recupereerbaar. Waar we wel op hebben toegekeken is van niet groter te bouwen dan nodig, met niet meer grondstoffen dan nodig. Als adviseur staat bij mij isolatie hoger in het ambitiekader dan circulariteit bij renovaties, omdat de milieu-impact van het totale materialengebruik bij renovatie aanzienlijk kleiner is. Bij nieuwbouw moet vandaag de dag evenveel aandacht gaan naar circulariteit als naar energie. Mensen hebben meestal ook geen onbeperkt budget. Als ze moeten kiezen tussen een niet-demonteerbaar buitenisolatiesysteem met een betere isolatiewaarde of een demonteerbare oplossing met slechtere isolatiewaarde, dan raad ik het eerste aan. Een buitenisolatie met crepi is het goedkoopste, het is begrijpelijk dat bouwers daarvoor kiezen. Maar gespoten PUR vind ik uitgesloten als te vervuilend product waarvoor voldoende alternatieven bestaan.

Opleiding Circulair bouwen (EPB: online 6u15 - live of streaming 3u15)
Energie-efficiënte gebouwen zijn reeds een wijdverspreid gedachtegoed, maar nu maakt de bouwsector zich op voor de volgende (r)evolutie: circulair bouwen gaat uit van het principe dat een gebouw tijdens zijn levensduur gemakkelijk aanpasbaar is en uiteindelijk ook eenvoudig te demonteren, zodat we i…

Welke isolatiematerialen gebruikte je?

Gezien ik een aantal jaren bij Isoproc werkte, een specialist in isoleren met cellulose, hebben we bijna overal ingeblazen cellulosevlokken toegepast. Voor de vloer gebruikten we houtskelet met cellulose en daarop resolplaten waarop we onze vloerverwarming konden tackeren. Dat zou ik nu zonder resol doen, met een speciaal daarvoor bestemde noppenfolie op de OSB voor de vloerverwarmingsbuizen. In combinatie met de gebruikelijke folies werd dat dan afgewerkt met chape. Ik heb tijdens de bouw ook een droog vloerverwarmingssysteem overwogen, maar dat kwam te duur uit.

Welke verwarmingsbron gebruik je?

In 2010 waren warmtepompen nog minder gebruikelijk. Wij kozen voor een overgedimensioneerde zonneboiler, met 10 m² zonnepanelen en een elektrische weerstand als aanvullende waterverwarming. Met een buffervat van 800 liter levert dit systeem zowel het water voor de vloerverwarming op zeer lage temperatuur als voor het sanitaire warm water. Uiteraard moet je dan in koude periodes zonder zon wat elektrisch bijverwarmen, maar ons verbruik blijft heel laag door de excellente isolatie. We verwarmen met een watertemperatuur van maximaal 28 °C.

Wat met zontoetreding, ventilatie en waterrecuperatie?

Om zonnewinsten te maximaliseren staat de woning, zoals veel passiefhuizen, noord-zuid gericht, met de slaapkamers en leefruimte op het zuiden en aan het noorden de straatkant. Screens tegen zomerse hitte hebben we niet geïnstalleerd, maar wel twee driehoekige schaduwdoeken die we rond Pasen in gebruik nemen. Verder hebben we onze dakgoot op het zuiden tot een meter ver laten overkragen, met daaronder de bandramen van de slaapkamers. Zo komt de lage winterzon wel binnen, maar zijn we daar afgeschermd van de hoge en hete zomerzon. Om te ventileren gebruiken we vanzelfsprekend een ventilatiesysteem D. We investeerden in een topmodel en dat heeft ons in al die jaren nog nooit in de steek gelaten. Wat betreft waterbeheer hebben we een opvangtank van 6000 liter. Soms lijkt het of dit net wat meer mocht zijn geweest, maar zo is het altijd wat natuurlijk. Het is niet slecht dat er af en toe wat afvloei is van overtollig water om de vervuiling weg te spoelen. Maar in de superdroge lente van 2020 hadden we een klein tekort.

We hebben nu regenwater voor WC's, wasmachine en een uitgietbak. Drinkwater is voor de kranen van de wasbakken en de douches. De collector voor het drinkwater is echter opgesplitst in een voor lavabo's en een voor douches, zodat we later eventueel toch redelijk makkelijk zouden kunnen overschakelen naar douche op regenwater. Om dat regenwater dan te verwarmen met de boiler, liggen er wachtleidingen klaar.

Zeer goed isoleren maakt een ontzettend verschil. Wij voelen de stijgende energieprijzen niet.

Hoe kijk je nu terug op passiefbouw, meer dan tien jaar later?

We zijn zeer blij dat we passief zijn gegaan. Zeer goed isoleren maakt een ontzettend verschil. Wij voelen de stijgende energieprijzen niet. De passiefcertificatie is niet zo belangrijk, maar de passiefprincipes des te meer. Onze woning is wel gecertificeerd omdat je daar toen nog een tegemoetkoming voor kreeg. De berekening van de passiefwaarden kwam helemaal op het einde van onze werf. Ik had in tussentijd veel aannames gedaan, wellicht heb ik af en toe wat overdreven. Een paar vierkante meter die wat minder geïsoleerd zijn maken het verschil niet in het totaalplaatje.

Welke toekomst heeft passiefbouw volgens jou?

Bouwen en renoveren richting passiefstandaarden blijft een heel goed beginpunt. De kunst is van niet te dogmatisch te zijn en compromissen te aanvaarden. Ik zie circulariteit en energiezuinigheid als delen van duurzaamheid en je mag deze begrippen niet los van elkaar zien. Bugettaire beperkingen zullen altijd spelen.

Bouwen en renoveren richting passiefstandaarden blijft een heel goed beginpunt.

Luchtdicht bouwen is hiervan een goed voorbeeld in relatie tot circulariteit. Luchtdichtheid is essentieel om goed te isoleren, maar laat zich momenteel moeilijk verzoenen met circulariteit waarin je alles wil kunnen losschroeven zonder kit- en lijmdichtingen enzovoorts. En toch moeten we naar luchtdichtheid streven.

Opleiding ‘Toekomstgericht en grondig BENoveren: theorie & praktijk’ (EPB 16u30)
In een eerste deel gaan we in op de bredere problematiek en uitdagingen van toekomstgericht BENoveren (beter renoveren), met aandacht voor de Vlaamse renovatiedoelstellingen, wat mensen motiveert om een renovatie aan te pakken en knelpunten hierbij. Na dit eerste deel gaan we ten gronde in op het re…

Heb je nog een tip voor wie echt duurzaam wil bouwen en renoveren?

Wees ambitieus genoeg. Ik krijg wel eens de reactie ‘we gaan er toch geen passiefhuis van maken?’. En waarom niet wil ik wel eens antwoorden. Als je voor een diepgaande renovatie alles stript, kan je net zo goed alles zwaar isoleren, ook de bouwknopen. En een ventilatiesysteem D installeren in dat gerenoveerde pand kan ook. Dat lijkt dikwijls af te schrikken, maar ten onrechte. Het is een mindset, je moet de switch durven maken.

Woningfiche

Afmetingen en kengetallen

  • Gevelbreedte: 7,5 m
  • Diepte: 12 m
  • Beschermd volume (conform EPB): 735 m³
  • Brutovloeroppervlakte (conform EPB): 218 m²
  • Nettovloeroppervlakte (excl. buiten- en binnenmuren): 172 m²
  • Energiekengetal (netto energiebehoefte) ruimteverwarming (cfr. PHPP maandmethode): 11 kWh/(m².a)
  • Resultaat luchtdichtheidstest (eind 2011): n50 0,13 1/h (v50 0,18 m³/(h.m²))

Isolatie gebouwschil

  • Hellend dak: 22 mm houtvezel onderdakplaat, I-liggers met 40 cm cellulose
  • Buitenwanden: 18 mm houtvezelplaat, I-liggers met 30 cm cellulose, 6 cm geïsoleerde leidingenspouw (vlas/houtvezel)
  • Vloer: I-liggers met 20 cm cellulose, 6 cm resol

Gemiddeld effectief jaarlijks elektrisch verbruik: ± 5500 kWh all-in (verwarming, sanitair warm water, ventilatie, koken, verlichting, huishoudtoestellen,…) De opbrengst van de PV-installatie werd hierbij niet in mindering gebracht, het gaat dus wel degelijk om het effectieve verbruik.

Technieken

  • Verwarming: zonneboiler (10 m² zonthermische panelen (vlakkeplaatcollectoren), buffervat 800 liter) met elektrische weerstand als naverwarming.
  • Vloerverwarming op de gelijkvloerse verdieping.
  • Ventilatiesysteem D met warmterecuperatie (thermisch rendement 88% bij 280 m³/u (cfr EPB database), max. elektrisch opgenomen vermogen: 128W (idem)), gefilterde luchtaanvoer (F7 fijnstoffilter).
  • 16 zonnepanelen, ±3900 kWp geïnstalleerd vermogen, met 2 centrale omvormers
  • Wateropvang: 6000 liter regenwater voor hergebruik (wasmachine, toiletspoeling en binnenkraan uitgietbak)