ROTOR geeft aftrap op het NZEB Symposium

Key Note Speech Maarten Gielen (Rotor), Zaal Marco Polo B, 10u00 - 11u00

Dat een duurzame wereld start bij jezelf kennen we allemaal als een huizenhoog cliché, maar het is tegelijk een waarheid als een koe. Vlaanderen kent één van de hoogste dichtheden van infrastructuur en bebouwing in de wereld. Dagelijks worden nieuwe gebouwen opgetrokken en bestaande gebouwen gerenoveerd of gaan ze definitief onder de hamer, de sloophamer wel te verstaan. En de puinhoop groeit. Waar België in 2004 nog 11 miljoen ton bouwafval produceerde, was dat in 2014 al meer dan 25 miljoen ton, blijkt uit cijfers van FOD Economie. Dat is meer dan twee keer de piramides van Gizeh samen.

Het Brusselse Rotor buigt zich sinds 2005 over de materiaalstromen die gepaard gaan met afbraakprojecten van (kantoor)gebouwen en trok al gauw de conclusie dat veel oude bouwmaterialen te snel de weg naar de schroothoop vinden. De reden is simpel. Nieuwe bouwmaterialen zoals beton zijn spotgoedkoop. Meer nog. Het is vaak goedkoper om tabula rasa te maken dan veel arbeid in recyclageprojecten te pompen. “Zonde”, vinden ze bij Rotor. “Er zit ook weinig logica in. Schaarser wordende grondstoffen blijven goedkoop, een overvloed aan arbeid blijft peperduur.”
Recyclage heeft nochtans zin. Sommige oude materialen zijn door hun unieke uitstraling of gedateerd productieproces onvervangbaar. Een unieke uitstraling hebben ze zeker niet allemaal. En dat hoeft ook niet. Ook een spaarzaam (her)gebruik van grondstoffen en energie en een stimulans voor lokale werkgelegenheid vormen de motor achter Rotor.

Rotor Deconstruction

Er was aanvankelijk nood aan centralisatie, coördinatie en bekendmaking. Rotor ging op zoek maar vond geen geschikte kandidaten. De kiem voor het eigen initiatief was geboren. De spin-off Rotor Deconstruction zag het levenslicht in 2014 en was het logisch gevolg van 10 jaar onderzoek en ontwerp van interieur met afgedankte bouwmaterialen. Rotor Deconstruction effent hiermee een harknekkig hobbelig pad.

Rotor Deconstruction zet in op hoogwaardige recyclage. Deze staat in schril contrast met, wat dacht u, laagwaardige recyclage die eerder de norm is in Vlaanderen. Bij laagwaardige recyclage worden materialen vermalen tot gruis en hergebruikt als bijvoorbeeld drainagemateriaal of onderlagen van wegen. Bij laagwaardige recyclage moet het oorspronkelijke product dus alsnog vervangen worden. Hoogwaardige recyclage daarentegen behoudt het oorspronkelijke product en zoekt er een nieuwe bestemming voor.
Niet alle materialen van afbraakprojecten komen echter in aanmerking voor hoogwaardig hergebruik. Dankzij medewerkers van Rotor met achtergronden in architectuur en architectuurgeschiedenis kunnen de juiste materialen geselecteerd worden. Alvorens tot de afbraak over te gaan wordt een inventaris opgemaakt van alle bruikbare materialen. Deze worden voorgesteld aan geïnteresseerde kopers. Vlak voor de afbraak worden doelgericht de verkochte materialen ontmanteld, verpakt en on-site aangeboden aan de koper. Dat spaart meteen transport- en stockagekosten uit waardoor goederen vaak voor een kwart van de nieuwprijs aangeboden kunnen worden.
Materialen van uitzonderlijke kwaliteit worden in eigen opslag genomen om later te restaureren of meteen door te verkopen.

Rotor is ondertussen goed geworteld in de thuisbasis Brussel. “Onze klanten hebben ongeveer 1,5 miljoen vierkante meter kantoorruimte”, zegt medeoprichter Maarten Gielen. Jaarlijks vernieuwen ze ongeveer 140.000 vierkante meter kantoorruimte. Zelfs als je bedenkt dat we slechts enkele kilo per vierkante meter recupereren, dan volstaat het niet meer om met een bestelwagen rond te rijden en het materiaal te stockeren in de garage van je ouders.”

Struikelblokken voor recyclage

Dat recuperatiematerialen niet meteen bovenaan het verlanglijstje van iedere ondernemer staan, heeft diverse redenen. De persoonlijke voorkeur van de nieuwe huurder of eigenaar, economische redenen van de aannemer met betrekking tot afbraakkosten, transport en stockage, het gebrek aan kennis over de marktvraag of een beperkte toegang tot afbraakprojecten voor recuperatiehandelaars staat een ontwikkeling van dit marktsegment nog steeds in de weg. “Bovendien wordt het verbruik van grondstoffen helemaal niet getaxeerd en arbeid net wel”, legt Lionel Devlieger, medeoprichter van Rotor uit. “Dat houdt jammer genoeg de broodnodige shift in de tweedehandsmarkt voor bouwmaterialen tegen.”

Grijze energie

Bijna elke nieuwe woning is energiezuinig, goed geïsoleerd en vaak voorzien van zonnepanelen of warmtepompen. Hierin heeft Vlaanderen al een lange weg bewandeld richting het vergroenen van de bouwsector. Maar die strijd is zo goed als gestreden. Om de bouwsector, nog steeds verantwoordelijk voor een aanzienlijk aandeel in C02-uitstoot en een groot energieverbruik, verder te ontwikkelen richting duurzaamheid, moet er elders winst te boeken zijn. En die winst is te vinden in het productieproces. Wist u dat een bouwproces meer energie kost dan het totale verbruik tijdens de geschatte levensduur ervan? We spreken van “grijze energie”, energie die nodig is voor de productie en assemblage van gebouwen en materialen. En voorlopig zijn de inspanning om het verbruik van grijze energie in te perken, ontoereikend.
De oplossing is te vinden in recyclage, maar voorlopig gooien hoge arbeidskosten nog steeds roet in het eten voor veel ondernemers.

Het zenuwcentrum Opalis

Om de huidige marktsituatie in kaart te brengen, startte Rotor met Opalis, een website die niet alleen een overzicht van de bestaande markt inzake recuperatiematerialen in kaart brengt, maar ook een platform is om handelaars, architecten en particulieren met elkaar in contact te brengen. Want zonder deze kennis en platform, belanden veel materialen al op de container nog voor mogelijke geïnteresseerden op de kar kunnen springen. www.opalis.be

Rotor tijdens het NZEB-Symposium van 24 oktober

Rotor zal het startschot geven voor het jaarlijkse NZEB-Symposium. Hun inspirerend verhaal is het perfecte aperitief voor een dag gevuld met innovatieve, baanbrekende uiteenzettingen van verschillende actoren uit de bouwsector.

Maarten Gielen is één van de oprichters van het collectief Rotor. Momenteel werkt hij daar als ontwerper, manager en onderzoeker.